Neonatologie

Tijdens de dracht of de bevalling kunnen er problemen ontstaan met de gezondheid van het veulen. Ook de eerste week na de geboorte is een uiterst kwetsbare periode waarin een veulen in geval van ziekte in korte termijn snel achteruit kan gaan. Frequent voorkomende aandoeningen zijn: "dummy" veulen, te vroeg geboren of onderontwikkeld veulen, blaasruptuur, meconiumobstipatie (verstopping met darmpek), bacteriële infectie (sepsis) in de gewrichten en diarree.

De eerste contacten met een ziek veulen kunnen met een visite of huisbezoek plaatsvinden en wij adviseren om dat eerste bezoek binnen de eerste 12 uur plaats te laten vinden. Het veulen wordt onderzocht op gebreken (aangeboren of ontstaan tijdens de bevalling), de navel wordt gecontroleerd en in geval van een "hoog risico" veulen krijgt het veulen een aantal dagen antibiotica als bescherming tegen bacteriën in het bloed. Een veulen loopt bijvoorbeeld meer risico wanneer de navel te kort is afgescheurd of afgebonden is geweest, wanneer het een wondje heeft of als de nageboorte afwijkend is.

Als er twijfel is over de opname van voldoende biest van goede kwaliteit (zoals wanneer de merrie biest heeft gelekt voor de geboorte, of als het veulen slap op de benen staat) wordt er een beetje bloed afgenomen om dat op de kliniek te controleren door middel van een test op IgG (antilichamen). Bij onvoldoende opname kan er soms nog extra biest worden gegeven en anders kan er een plasma infuus worden toegediend.

Is er uitgebreidere zorg nodig, dan kan het veulen naar de kliniek worden verwezen waar het veulen kan worden geopereerd of waar "intensive care" zorg kan worden geboden ondersteund door een team van speciaal getrainde assistentes.