Echografie

Echografisch onderzoek maakt het mogelijk "door"  weefsel heen te kijken. Bij echografisch onderzoek wordt gebruikt  gemaakt van ultrasone geluidsgolven. Deze worden door het apparaat  verzonden en door de verschillende weefselstructuren teruggekaatst (een echo). Verschillende weefsels veroorzaken verschillende echo's. Het  echo-apparaat is in staat deze verschillende echo's weer te geven, waardoor er een 2-dimensionaal beeld ontstaat waarbij verschillende  structuren zichtbaar worden.

Echografisch onderzoek van de buik vindt plaats bij afwijkende buikpalpatie (er is bijvoorbeeld een bult in de buik gevoeld) of wanneer uit ander onderzoek (bijvoorbeeld bloedonderzoek) is gebleken dat bepaalde organen niet goed functioneren. Soms is het raadzaam structuren in de buik aan te prikken om verder onderzoek te kunnen doen, zoals de urineblaas. Onder echobegeleiding is goed te zien waar geprikt moet worden.

Van gevonden afwijkingen zoals vrij vocht of een bult in de buik kan nader onderzoek worden verricht. Onder echobegeleiding kan er met een naald cellen opgezogen worden aan de hand waarvan de patholoog wat meer informatie kan geven over de afwijking. We spreken van een dunne naald aspiratie biopsie. Soms wordt er voor gekozen om een stukje weefsel weg te nemen. Ook dit onderzoek kan plaats vinden onder echobegeleiding.  We spreken dan van een dikke naald aspiratie biopsie.