Orthopedische chirurgie

Onder de orthopedische chirurgie verstaan we operaties aan de wervelkolom en de ledematen. Een orthopedische operatie kan geïndiceerd zijn na trauma zoals een botbreuk maar ook bij gewrichtstrauma's zoals kruisbandletsel. Ook worden orthopedische operaties uitgevoerd om aangeboren standsafwijkingen te corrigeren of om aangeboren afwijkingen aan gewrichten zoals een patellaluxatie te corrigeren.

Na een ortopedische operatie volgt een periode van herstel. Afhankelijk van het type operatie zal deze periode enkele weken tot enkele maanden kunnen duren. U wordt tijdens dit herstel uitvoerig begeleid waarbij in veel gevallen het gebruik van de laser wordt aanbevolen.

  • TTA Rapid (Tuberositas Tibia Advancement)
  • Tight-rope operatie
  • Kapselimbricatie
  • Fiber-wire techniek
  • Osteosynthese
  • Arthroscopie
  • Heupluxatie
  • Patellaluxatie

TTA Rapid (Tuberositas Tibia Advancement)

De TTA rapid is een techniek waarbij de krachtenverdeling in het kniegewricht zodanig wordt veranderd dat de voorste kruisband niet meer nodig is om de knie te stabiliseren. Biomechanische studies tonen aan dat de krachtverdeling in het gewricht na de TTA rapid die van het normale gewricht benaderen. Door een gecreëerde stabiele standsverandering wordt een hoge mate van stabiliteit van het kniegewricht gerealiseerd.

De standsverandering wordt verkregen door het inplanteren van een titanium implantaat. De ontstane ruimte waar het implantaat in is aangebracht wordt opgevuld met een speciale "bone-pasta" om bij te dragen tot een optimaal herstel van de wond. Of de hond geschikt is voor deze techniek hangt van een aantal aspecten af zoals het gewicht van de hond.

Tight-rope operatie

Bij een tight-rope operatie wordt als vervanger van de kapotte kruisband een implantaat buiten het gewricht aangebracht dat zowel door het boven- als door het onderbeen loopt, zoals in de afbeelding is aangegeven. Door middel van een minimaal invasieve operatietechniek wordt het implantaat aangebracht en met metalen buttons aan boven- en onderbeen gefixeerd.

Met name bij grote hondenrassen is deze methode een zeer geschikt alternatief, omdat het resultaat enorm sterk is en dus veel kracht op kan vangen en de revalidatie sneller verloopt dan met andere technieken. De "tight-rope"techniek is met name geschikt voor grote honden en voor honden met overgewicht of hele drukke honden. Voor honden tussen de 7 en 17 kg. kan gekozen worden voor de mini tight-rope operatie. De techniek is hetzelfde zoals hierboven beschreven.

Kapselimbricatie

Omdat het  gewricht geopend wordt moeten strenge hygiënische maatregelen in acht genomen worden. Na het openen van het gewricht wordt de kruisband, of wat daar nog van over is, opgezocht. Vervolgens wordt deze verwijderd en  wordt het gewricht schoongemaakt. Aan weerszijde van de kruisbanden zitten twee menisci die de functie van  stootkussen hebben. Daar de binnenste meniscus ook vaak beschadigd  raakt wordt deze eigenlijk altijd ook verwijderd. Als deze meniscus  blijft zitten kan hij later voor problemen gaan zorgen. Wanneer meniscus en kapotte kruisband verwijderd zijn, wordt het gewrichtskapsel gesloten.

De fascie wordt gesloten via de imbricatiemethode. Op deze manier wordt stabiliteit van het gewricht gecreëerd. En hoewel het gewricht nooit meer op  volle sterkte zal functioneren blijkt dat in de praktijk de dieren na de operatie heel goed uit de voeten kunnen. Na deze ingrijpende operatie is het van belang dat de hond rustig  revalideert.

Fiber-wire techniek

Voor kleine honden bestaat naast de techniek van de imbricatie de mogelijkheid om extra stabiliteit te creëeren door middel van het plaatsen van een extra-capsulaire Fiber-wire.

Er wordt volgens een speciale procedure (achter de fabella en door de tibia) een teugel geplaatst welke is gemaakt van materiaal met een zeer sterke trekkracht. Deze techniek wordt bij ernstig instabiele kniegewrichten van kleine hondjes (tussen de twee en tien kilo.) geadviseerd. 

Osteosynthese

Wanneer er sprake is van een botbreuk is in veel gevallen chirurgie geïndiceerd. Men spreekt van osteosynthese als een gebroken bot chirurgisch wordt behandeld. 

Er zijn meerdere osteosynthesetechnieken om een botbreuk te repareren. De keuze hangt volledig af van het type breuk en de lokalisatie. Er kan gekozen worden voor het gebruik van pinnen, plaatmateriaal, cerclagedraad en schroeven. Vaak wordt een combinatie van materialen gebruikt.

Het grote voordeel van osteosynthese is het feit dat de hond sneller het gebroken onderdeel kan en mag belasten. Hierdoor verloopt het herstel over het algemeen veel sneller dan wanneer voor een niet-chirurgische behandeling wordt gekozen.

De röntgenfoto toont een gebroken bekken na operatie. Het bekken is gestabiliseerd met behulp van een plaat. Doordat de plaat de gebroken bekkendelen op zijn plaats houdt zullen de twee andere plaatsen waar het bekken eveneens gebroken is vanzelf genezen.

Arthroscopie

Arthroscopie houdt in dat er een kijkoperatie in een gewricht wordt uitgevoerd. Een kijkoperatie in het gewricht is geïndiceerd bij aandoeningen als LPC (Los Processus Coronoïdeus), LPA (Los Processus Anconeus) en OCD (Osteochondrose Dissecans). Een LPC en een LPA betreft problemen van de elleboog, een OCD is een probleem wat in het schoudergewricht kan voorkomen.

Bij al deze aandoeningen speelt een los fragmentje in het gewricht de hond parten. Dit los fragmentje geeft enerzijds hinder door zijn aanwezigheid en anderzijds veroorzaakt het kraakbeenschade aan het gewricht. Bij het aanwezig blijven van het losse fragmentje zal het probleem (de pijn met het belasten van het gewricht) langzaam toenemen.

Bij een arthroscopische operatie wordt met behulp van moderne technieken op een minimaal invasieve methode het zieke gewricht behandeld. Minimaal invasief, omdat er slechts enkele kleine incisies nodig zijn om in het gewricht te komen. Met behulp van een camera wordt het gewricht geïnspecteerd. Het doel is om alle aanwezige losse fragmentjes te verwijderen en beschadigd kraakbeen op te schonen zodat een zo schoon mogelijk gewricht achter blijft. Omdat deze operatietechniek inmiddels jaren op onze praktijk succesvol wordt uitgevoerd hebben we veel expertise op dit gebied opgebouwd. 

Recente ontwikkelingen binnen de orthopedie richten zich op lichaamseigen therapieën. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het eigen herstelvermogen van de hond en dit herstelvermogen wordt gebruikt in het genezingsproces. De veiligheidsmarge van autologe (lichaamseigen) producten is groot en direct vanuit het dier beschikbaar. De eerste ervaringen van het gebruik bij honden zijn positief. Een voorbeeld van een lichaamseigen therapie is het gebruik van ACP, Autologous Conditioned Plasma.

Het grote voordeel van een arthroscopie ten opzicht van het volledig open leggen van het gewricht is dat de operatiewond veel kleiner is. Dit komt het post-operatieve herstel ten goede. Er wordt weinig weefsel getraumatiseerd en hierdoor zal een snelle genezing optreden. Omdat de pijn post-operatief minder ernstig is ten opzichte van de andere techniek is de patiënt sneller op de been.

Heupluxatie

Een heupluxatie ontstaat in het algemeen na ernstig trauma zoals en aanrijding. In het geval van een geluxeerde heup is het van belang dat dit probleem snel wordt opgelost. Waar voorheen nog wel eens gekozen werd voor het niet-chirurgisch terugezetten van de heup waarna de hond in een speciaal verband moest heeft het tegenwoordig de voorkeur een geluxeerde heup chirurgisch te reponeren.

Het voordeel van het operatief reponeren van de heup is de in hoge mate verkregen stabiliteit. Hierdoor is de kans op het opnieuw luxeren niet groot. Dit laatste is het grote nadeel van het niet-chirurgisch reponeren van een geluxeerde heup. Daarnaast zijn de honden na de operatieve ingreep snel weer in staat het gewricht te belasten wat het herstel enorm bespoedigd.

Patellaluxatie

Een patellaluxatie houdt in dat de knieschijf (patella) een abnormale beweeglijkheid kent naar links of naar rechts waardoor deze luxeert. Er bestaan een aantal graderingen van dit meestal aangeboren ziektebeeld. Omdat er een erfelijke basis voor dit ziektebeeld bestaat worden meerdere rassen hier op gescreend.

Een patellaluxatie is operatief te corrigeren. Hierbij worden drie technieken gecombineerd. Allereerst wordt de geul waar de knieschijf door beweegt uitgediept. Vervolgens vindt er een transpositie plaats van de crista tibea waardoor meer stabiliteit gecreëerd wordt. Als laatste wordt het gewrichtskapsel imbricerend gehecht wat ook bijdraagt tot een toename aan de stabiliteit van het gewricht. Door de drie technieken te combineren neemt de kans op recidief (het terugkomen van de klacht) enorm af. 

Patellaluxaties zijn over het algemeen niet zeer pijnlijk. De last valt op doordat de hond af en toe de betreffende achterpoot optilt als gevolg van een mechanische belemmering de poot te strekken. Omdat de abnormale beweeglijkheid van de knieschijf de kans op arthrosevorming aanzienlijk vergroot, is, afhankelijk van de ernst en ondanks het niet aanwezig zijn van pijnklachten, de beweeglijkheid van de knieschijf operatief te corrigeren. Dit vermindert de kans op artrose op latere leeftijd en vergroot daarmee het uitblijven van pijnklachten.

Terug naar Hond