De fret

De fret is een  roofdier en familie van de bunzing. Het dier is erg speels. Fretten spelen graag met balletjes en klimmen graag overal in of op. Ook spelen fretten graag met elkaar. Daarom is het gewenst meteen meerdere fretten aan te schaffen zodat ze met elkaar kunnen spelen. Met een hond of kat kan een fret uiteindelijk goed bevriend raken. Kleinere dieren als cavia en hamster, maar ook konijnen, worden door de fret als prooi gezien en zijn daarom niet geschikt als speelkameraad.

Fretten wisselen perioden van actief spelgedrag af met lange perioden van absolute rust. De perioden tussen het spelen slapen ze voornamelijk. Tijdens het spelen vraagt de fret aandacht van de baas. U moet dagelijks minstens een aantal uren de fret uit zijn hok laten rennen en spelen, zodat hij zijn energie kwijt kan.

Het hok van de fret moet voldoende groot zijn met een aparte slaapplek, een aparte eetplek en een aparte ruimte om te spelen. Toch zal het echte spelen buiten het hok plaatsvinden. Het hok moet in een ruimte staan waar het niet te warm kan worden, daar fretten slecht tegen de warmte kunnen. Bij 30 graden Celsius kunnen fretten al van de warmte sterven. Als bodembedekking is het beter geen hooi, stro of zaagsel te gebruiken, omdat fretten erg gevoelig zijn voor stof. Voor het 'toilet' in de kooi kan men kattenbakvulling gebruiken.

Fretten zijn erg gevoelig voor het Hondenziektevirus. Gevoeliger dan de hond zelf. Wanneer het diertje besmet raakt met dit virus zal het altijd sterven als gevolg van de infectie. Vandaar dat fretten geënt dienen te worden. Het beste is om jonge frettenpups op 9 en 12 weken te laten enten. Hierna moet u deze enting dan jaarlijks herhalen. Wanneer u niet zeker weet of de fret wel geënt is, kan men het beste het zekere voor het onzekere nemen en de fret 2 maal laten enten met 3 weken tussen beide entingen.
Tevens zijn fretten erg gevoelig voor het influenzavirus, oftewel griep. Wanneer u zelf grieperig bent kunt u de verzorging van de fretten tijdelijk beter overlaten aan een ander, om te voorkomen dat de fretten zelf ook ziek worden.

Fretten zijn strikte carnivoren (vleeseters). Het maagdarmkanaal van de fret is er op gebouwd om goed verteerbaar eiwit op te nemen. Dit blijkt met name uit de lengte van het maagdarmkanaal. Het maagdarmkanaal is relatief kort en een blinde darm ontbreekt. De passagesnelheid van het voedsel geschiedt binnen 4 uur. Voor elk dier is een goede voeding essentieel. Een fret heeft behoefte aan goed en makkelijk verteerbaar voer. Dit houdt in dat het voer met name uit dierlijke producten moet bestaan. Plantaardige producten (soja, granen en groenten) worden slecht verteerd door de fret. In het algemeen kan er worden gesteld dat de voeding van de fret moet bestaan uit een hoog gehalte aan dierlijk eiwit en vet en een laag gehalte aan koolhydraten en vezels. Voor fretten is de belangrijkste energiebron vet. Vandaar dat het vetpercentage van het voer ongeveer 25% mag zijn. Het eiwitpercentage moet ongeveer 40% zijn. Een hoog percentage aan koolhydraten kan ziekten induceren, met name van de alvleesklier. Een hoog gehalte aan vezels kan leiden tot diarree. Als traktatie kunt u beter geen fruit of groente geven vanwege de slechte verteerbaarheid. Het beste is een traktatie in de vorm van vlees of een vleessnoepje te geven. Een traktatie met een hoog suikergehalte (rozijnen, koekjes etc.) is niet goed voor de fret.
Wanneer u besluit een fret (liefst 2 of meer) aan te schaffen kunt u kiezen voor een ram of moertje. Moertjes worden 35 tot 55 cm groot en wegen gemiddeld 700 gram, rammen zijn 45 tot 60 cm en wegen gemiddeld 1,5 kilo. Moertjes zijn over het algemeen wat actiever dan rammen en kunnen ook feller zijn. Ze worden seksueel rijp in het voorjaar na de geboorte. Wanneer een moertje niet gedekt wordt blijft ze 6 maanden loops. De vrouwelijke hormoonspiegel kan dan zo hoog worden dat het gevaar van een beenmergdepressie ontstaat, waardoor het beenmerg minder goed gaat functioneren. Een sterilisatie wordt daarom ten zeerste aanbevolen.

De rammen bereiken de puberteit op een leeftijd van 5 tot 9 maanden. Vanwege de karakteristieke (stinkende) geur van een ram wordt vaak gekozen voor een castratie. Dit voorkomt tevens een hoop ellende voor de andere fretten, omdat een intacte ram een permanente drang tot dekken heeft. De castratie van een fret komt overeen met de castratie van een kater.

Voor zowel rammen als moertjes geldt dat tegenwoordig in plaats van chirurgische castratie en sterilisatie de voorkeur uit gaat naar het plaatsen van een implantaat. De reden hiervan is de associatie van bijniertumoren met castratie en sterilisatie. Het implantaat is verkrijgbaar in 2 doseringen.